Proefles

De leermethode van de proefles komt overeen met de leermethode van de lessen in de school. De hele methode is gericht op de wijze waarop de leerlingen geëxamineerd worden.

In 20 lessen wordt de voor het examen vereiste hoeveelheid leerstof behandeld.

Onderdeel 1 is het aanleren van woorden. De leerling zoekt de juiste betekenis op door op de knoppen naast de afbeelding te klikken. Daarna krijgt de leerling een soundtrack te horen. Met deze soundtrack kunnen de leerlingen de juiste uitspraak beoefenen.

Onderdeel 2 is het aanleren van tegenstellingen en woordparen. De leerling klikt op een woord in de linkerbalk en zoekt dan in de rechterbalk het goede antwoord op. In de lessen 11 tot en met 20 leren ze de combinaties in omgekeerde volgorde. Daarna krijgt de leerling een soundtrack te horen. Met deze soundtrack kunnen de leerlingen de juiste uitspraak beoefenen.

In onderdeel 3 moeten de leerlingen vragen beantwoorden. Daarna krijgt de leerling een soundtrack te horen. Met deze soundtrack kunnen de leerlingen de juiste uitspraak beoefenen.

In onderdeel 4 luisteren de leerlingen naar een soundtrack. De bedoeling is dat de leerlingen de zinnen die ze horen zo goed mogelijk nazeggen.

  • drie
  • vier
  • vijf
  • een
  • twee
  • drie
  • een
  • vier
  • drie
  • twee
  • een
  • vijf
  • een
  • vier
  • twee
  • vijf
  • vijf
  • een
  • drie
  • vier
  • acht
  • vijf
  • drie
  • zes
  • vijftien
  • negen
  • zeven
  • vier
  • acht
  • negen
  • een
  • vier
  • twaalf
  • acht
  • negen
  • veertien
  • drie
  • tien
  • zeventien
  • elf
  • drie
  • negen
  • elf
  • achttien
  • achttien
  • negen
  • vier
  • twaalf
  • elf
  • zes
  • tien
  • dertien
  • vier
  • veertien
  • tien
  • elf
  • elf
  • vijftien
  • vier
  • een
  • zestien
  • vier
  • een
  • elf
  • een
  • dertien
  • vier
  • zeventien
  • zeventien
  • dertien
  • achttien
  • negen
  • dertien
  • vijftien
  • zeventien
  • negentien
  • twintig
  • veertien
  • zeventien
  • vijftien
  • dertien
  • eenentwintig
  • acht
  • zeventien
  • tweeentwintig
  • zeven
  • veertien
  • achttien
  • drieentwintig
  • tien
  • vier
  • zeventien
  • tweeentwintig
  • eenentwintig
  • achttien
  • vierentwintig
  • negen
  • dertien
  • vijfentwintig
  • vijftien
  • dertig
  • tien
  • twintig
  • veertien
  • tien
  • veertig
  • zeventien
  • twintig
  • dertig
  • vijftig
  • twintig
  • zeven
  • dertig
  • honderd
  • vijftig
  • tien

Hier opent de leerling de soundtrack. De leerling leert hier de juiste uitspraak van de behandelde woorden.

In dit deel leren de leerlingen tegenstellingen en woordparen. Tijdens het examen krijgen ze meerdere tegenstellingen te horen. Ze moeten daarop het juiste antwoord geven.

  • echt
  • vader
  • aan
  • tam
  • raak
  • kapot
  • plus
  • samen
  • iemand
  • makkelijk
  • laag
  • fijn
  • ochtend
  • gebruikt
  • na
  • wijd
  • daarna
  • ja
  • zeker
  • bang
  • voor
  • mis
  • min
  • niemand
  • alleen
  • onecht
  • hoog
  • wild
  • moeilijk
  • uit
  • moeder
  • nauw
  • grof
  • avond
  • daarvoor
  • nee
  • heel
  • dapper
  • onzeker
  • ongebruikt

Hier opent de leerling de soundtrack. De leerling leert hier de juiste uitspraak van de behandelde woorden.

In dit deel krijgen de leerlingen een aantal vragen te beantwoorden. De leerling klikt op de vraag en krijgt dan het juiste antwoord.

  • Wat komt na 1?
    • 2
  • Wat komt na 4?
    • 5
  • Wat komt na 5?
    • 6
  • Wat komt na 10?
    • 11
  • Wat komt na 17?
    • 18
  • Wat komt voor 4?
    • 3
  • Wat komt voor 8?
    • 7
  • Wat komt voor 12?
    • 11
  • Wat komt voor 13?
    • 12
  • Wat komt voor 19?
    • 18
  • Hoeveel is 4 + 2?
    • 6
  • Hoeveel is 3 + 5?
    • 8
  • Hoeveel is 8 + 7?
    • 15
  • Hoeveel is 10 + 5?
    • 15
  • Hoeveel is 5 - 1?
    • 4
  • Hoeveel is 8 - 3?
    • 5
  • Hoeveel is 14 - 7?
    • 7
  • Hoeveel is 19 - 11?
    • 8
  • Hoeveel is 2 x 4?
    • 8
  • Hoeveel is 3 x 6?
    • 18

Hier klikt de leerling op de soundtrack. De behandelde vragen krijgen ze hier nog een keer te horen.

In dit onderdeel krijgt de leerling een aantal zinnen te horen. Het is de bedoeling dat ze deze zinnen zo goed mogelijk nazeggen.

De leerling spreekt een stukje tekst in en de leraar controleert de uitspraak. De tekst die de leerling moet voorlezen staat in het onderdeel huiswerk.

De leerling krijgt hier zijn huiswerk. Naast examenstof behandelen we hier ook onderdelen van de examenstof "Nederlandse samenleving".